Startpagina
Vakanties
Cursussen
Jeugdateliers

Fotoalbum
creFILMpje

Binnenkort laten wij een heus promofilmpje op de wereld los. Over enkele dagen kan je terecht op de website voor meer info en een link, voorlopig kan je al kijken naar de foto's van 'the making of' ... en het voorsmaakje hiernaast.

 
Startpagina arrow Over crefi arrow geschiedenis
Geschiedenis
Thursday 24 November 2005

Crefi bestaat in 2006 tien jaar. Toch gaat de historiek van de organisatie een pak verder terug in de tijd. Crefi zoals het er vandaag uitziet is de feitelijke erfgenaam van het Centrum voor Recreatief Werk. We nemen dan ook deze voorganger als oriëntatiepunt in onze reis door de tijd.

Eigenlijk kunnen we de historiek opsplitsen in de volgende episodes:

1. De préhistorie: de periode voor het ontstaan van het C.R.W.
2. Ontstaan, groei en bloei ven het C.R.W.
3. C.R.W. + JEFI = crefi
4. crefi anno 2000
5. crefi vandaag

1. De préhistorie: de periode voor het ontstaan van het C.R.W.

Het ontstaan van het C.R.W. is niet eenvoudig te reconstrueren. In de tweede helft van de jaren zestig zijn de eerste sporen terug te vinden.
Hoe dan ook draaide het allemaal rond jeugdatelierwerk. In de jaren zestig waren ze een merkwaardig verschijnsel in Vlaanderen geworden. Los van maatschappelijke structuren en filosofische overtuigingen hielden ze zich bezig met het creatief speelwerk.

1966 VAKANTIEATELIER REIGERSNEST
Reigersnest, een van de vakantiehuizen van de Bond, werd door de werkgroep ‘Vrijetijdsbesteding’ (in 1967 omgedoopt tot de werkgroep jeugdateliers) als uitvalsbasis gebruikt om de vormende waarde van spel te promoten. In de eerste animatorenteams vinden we zowat alle namen van de latere C.R.W.-mensen terug. Gelijktijdig werd de vakantiewerking gebruikt om mensen warm te maken voor het oprichten van plaatselijke jeugdateliers en werden nieuwe monitoren gevormd en werd ongemerkt ook het werkterrein van een andere organisatie:

1968 OPRICHTING VAN ‘DE VLAAMSE FEDERATIE VOOR JEUGDATELIERS’
Buiten de Bond van Grote en Jonge Gezinnen ontstond “de Vlaamse Federatie voor Jeugdateliers”. Deze federatie groepeerde een 25-tal ateliers op pluralistische basis. Bij de initiatiefnemers (verantwoordelijken van plaatselijke ateliers) vinden we ook hier de stichters van het latere C.R.W.: Walter Nijs en Dree Vandijck.
In ’72 viel de Vlaamse Federatie voor Jeugdateliers uiteen omwille van partij-politieke redenen.

2. Ontstaan, groei en bloei van het C.R.W.

Op 17 december 1975 werd het ‘ C.R.W. – Centrum voor Recreatief Werk, vzw’ gesticht met als voorzitter Jan Klok en secretaris Dree Vandijck. (BS 29.01.1976)

Het C.R.W. werd erkend in het kader van het decreet op landelijke jeugdwerk.
De activiteiten bestonden hoofdzakelijk uit de federatiewerking voor jeugdateliers, de organisatie van speelnamiddagen en de rondreizende tentoonstelling rond speelgoed. Op dat moment telde het C.R.W. twee personeelsleden: Miek De Smet en Walter Nijs.

Op 1 mei 1976 werd het secretariaat versterkt met een diensthoofd, Fred Vandenbosch. Fred kwam als medewerker vanuit de studiedienst van de Gezinsbond en was sterk onderlegd in de problematiek van speel- en woonruimte. Al spoedig werd meer accent gelegd op de adviesfunctie van het C.R.W..

In dat kader gingen op 21 februari 1978 besprekingen door met de ‘Werkgroep Ruimte voor de Jeugd’, een feitelijke vereniging onder leiding van Jan Latinne. Bedoeling was de activiteiten van deze groep te integreren in het C.R.W..

Op de statutaire verkiezingen van 17 mei 1978 werd Dree Vandijck als voorzitter gekozen; Walter Nijs werd penningmeester en een van de ondervoorzitters was Jan Latinne.

Miek De Smet, het eerste personeelslid C.R.W., nam in augustus 1977 ontslag en werd een jaar later (1 september 1978) vervangen door René Mercken, het latere diensthoofd van het C.R.W..

En hoe zat het ondertussen met de federatiewerking voor jeugdateliers?
Terwijl De federatie van jeugdateliers in 1972 63 jeugdateliers overkoepelde, zien we dat er in 1978 zomaar eventjes 153 aangesloten jeugdateliers waren. Het is de absolute piekperiode voor de federatie die nog aanhoudt tot begin jaren ’80. In die periode zien we binnen de jeugdateliers ook de eerste tienerateliers en zelfs volwassenateliers ontstaan.
Vanaf 1984 zien we een opmerkelijke daling en in 1989 zien we het aantal aangelsoten initiatieven voor het eerst onder de 100 dalen.

Opstart cursuswerking en creastages
Eind 1978 begonnen onderhandelingen met de kaderschool ‘Spelewei’ rond een integratie in het C.R.W. Dit werd een feit op 1 januari 1979 en betekende een enorme uitbreiding van het cursuspakket dat zich voordien beperkte tot enkele initiatieven per jaar. In 1980 verzorgt C.R.W. voor 942 deelnemers vorming.
Op 31 december 1980 werd deze samenwerking stopgezet en stichtte Spelewei een eigen vzw. Toch kon het C.R.W. op eigen krachten haar cursusvolume behouden en zelfs nog uitbreiden. In 1986 worden 1315 deelnemers bereikt.
In 1978 werden ook de eerste acht creastages ingericht voor het onderwijs. In 1987 loopt dit op tot 25 creastages. Het beleid beslist om budgettaire redenen dit aanbod af te bouwen vanaf 1988.

Aanzienlijke uitbreiding personeelskorps
In de loop van 1979, Jaar van het Kind, kreeg de personeelskern van het C.R.W. (4 personeelsleden) versterking van een BTK-ploeg met 5 medewerkers. Op dat moment geen overbodige luxe, want het themajaar zette velen aan tot het organiseren van speelnamiddagen met als gevolg een verdubbeling van het aantal aanvragen tot 82. De aanvragen van speelnamiddagen kennen trouwens een piek van 335 in 1989.

De BTK-projecten lopen van 1979 tot 1989, maar zijn geen constante. Het BTK-systeem (tijdelijke projecten van 1 jaar die soms met een half jaar verlengd werden) heeft veel personeelswissel ten gevolg waardoor het personeelsvolume constant wisselt. Bovendien wordt in die periode de crew geregeld versterkt door één of twee gewetensbezwaarden.

Eind ’79 verliep de tewerkstelling van Eric Vantomme als gedetacheerde. Pas in 1996 zou crefi er terug in slagen om een gedetacheerde in dienst te nemen.

Via het nieuwe DAC-systeem (projecten van onbeperkte duur) hoopte het C.R.W. op meer stabiliteit. In 1984 werd een project goedgekeurd met 5 voltijdse medewerkers. Op dat ogenblik beschikte het CRW over een vaste personeelsgroep van 8 medewerkers.

Opstart vakantiewerking
In 1986 kreeg de C.R.W.-werking een nieuwe impuls. Naar aanleiding van een stageproject ‘tienervakantie’ (Christel Pillu) kwam er dermate veel respons dat besloten werd hetzelfde jaar nog 6 vakanties bij te organiseren. 
Met de vakantiewerking moest een nieuwe impuls gegeven worden om de vervlakking van de speelfilosofie tegen te gaan. Het was immers zo dat de oorspronkelijke atelierideeën bij een aantal jeugdateliers nogal wat terrein verloren. Om het vakantiepakket vorm te geven werd de “oude” speelfilosofie terug boven gehaald en sommige aspecten ervan kregen een nieuw kleedje zoals het belang van de omgeving en de “participatie”.
Carla Jacobs werd als personeelslid met deze opdracht belast en Jan Latinne werd beleidsmatig verantwoordelijk.
En nog een jaar later, in 1988, kwam het C.R.W. als eerste landelijke jeugddienst in Vlaanderen op de markt met het aanbod van themavakanties.

Opstart kinderclubwerking
Het bleef niet bij die ene vernieuwing. In 1987 werd ook een nieuwe vorm van lokaal jeugdwerk uitgeprobeerd: de kinderclub. Ook dat bleek een succes te zijn want twee jaar later waren er bijna 100 clubs aangesloten.

Door het toenemende succes van de vakantiewerking en de groei van de organisatie in het algemeen, breidt het personeelskorps uit van 8 naar 11,5Fte in 1995. Hierin zitten dus ook nog steeds de vijf DAC ’ers.

3. C.R.W. + JEFI = CREFI

Op 1 januari 1996 smolt het C.R.W. samen met JEFI onder de voorlopige naam CRW-JEFI. Een jaar later kreeg de vzw zijn huidige naam ‘CREFI’: creativiteit en film.

JEFI was van 1977 tot 1995 een aparte landelijke jeugddienst, net als het C.R.W. ontstaan uit de Bond van Grote en Jonge gezinnen. JEFI hield zich bezig met de promotie van de betere jeugdfilm in Vlaanderen. Op honderden plaatsen in Vlaanderen werden via de JEFI-filmclubs jeugdfims getoond.

Vanaf de jaren negentig daalde de belangstelling. De opkomst van de videofilm was een ontwikkeling waar de organisatie niet tijdig had op ingespeeld. De gevolgen bleven niet uit. Minder filmclubs en vertoningen deden de organisatie inkrimpen.

Op vraag van de Bond van Grote en Jonge Gezinnen werd in 1996 een fusie doorgevoerd tussen JEFI en die andere Landelijke jeugddienst, C.R.W. Op deze manier zag een nieuwe vzw het levenslicht, CREFI.

Door de fusie met JEFI en de herintrede van een gedetacheerd medewerker vanuit het onderwijs uit het onderwijs stijgt het personeelsvolume tot 14,5Fte.

De nieuwe vzw integreert de Kerntaken van zijn voorgangers tot één aanbod. CREFI biedt anno 1996 dus volgende diensten aan:
- crea-en themavakanties
- jeugdwerkcursussen
- speelnamiddagen via de diens animatie met daarin ook de kinderclubwerking
- ondersteuning van jeugdateliers
- de filmwerking

Al gauw bleek de filmwerking op financieel vlak niet langer houdbaar. Om nog te wedijveren met andere organisaties in deze sector zouden bijzonder zware investeringen moeten gebeuren. De Raad van Bestuur van CREFI besliste daarom om de filmwerking uit te doven tegen 2000.

4. Crefi anno 2000

In 2000 ziet crefi eigenlijk in grote lijnen terug uit als het C.R.W. in 1995. Door het uitdoven van de filmwerking vloeide de twee overgebleven JEFI-personeelsleden af naar de Gezinsbond.

Reorganisatie vakantiewerking
Daar de vraag steeds groter was dan het aanbod, is in de jaren ’90 het aantal vakanties enorm toegenomen. Eind jaren 90’ gaan zelfs meer dan 2600 deelnemers mee op een crefi-vakantie. Door de enorme groei ontstaan er echter meer en meer organisatorische en financiële problemen. Crefi vindt niet meer voldoende begeleiders, kookploegmedewerkers. De kwaliteit lijdt er ook onder.
De Raad van Bestuur besluit daarom in 2001 om vanaf 2002 het aantal vakanties quasi te halveren tot 60 voor ongeveer 1600 deelnemers.

Dit moest een grondige kwaliteitsverbetering en herstructurering mogelijk maken. Bovendien kwam er tijd vrij om verschillende inhoudelijke vernieuwingen verder uit te werken.

Opstart inclusievakanties
Crefi wil nieuwe doelgroepen aanboren en in 1999 wordt in samenwerking met de Vlaamse Vereniging voor Autisme de eerste inclusievakantie georganiseerd. Op dat moment zeker een uniek project in Vlaanderen, want vanuit de gedachte om inclusief te werken wordt hiermee binnengebracht in het jeugdwerk. Vier normaalbegaafde kinderen met autisme beleven een schitterende vakantieweek.
Dit project wordt de jaren nadien stapsgewijs uitgebreid. Ook de doelgroep werd ondertussen uitgebreid naar kinderen met diabetes. In 2005 organiseerde crefi 16 inclusievakanties waarop 48 kinderen met autisme en 12 kinderen met diabetes meegingen. Dat laatste project verloopt in samenwerking met de Vlaamse Diabetesvereniging.
Vanaf 2004 gaan jaarlijks ook 15 à 20 kansarme kinderen quasi gratis mee op vakantie. Dit gebeurt in samenwerking met het Steunpunt Vakantieparticipatie.

Crefi en de rechten van het kind
Vanaf 2001 is er vanuit crefi een toenemende belangstelling voor de Rechten van het Kind. Crefi treedt toe tot de Vlaamse Kinderrechtencoalitie, werkt mee aan de Kinderrechtenfestivals en nadien aan de Kinderrechtendorpen.

Crefi en de vernieuwde aandacht voor de jeugdateliers
Ondanks de grote daling van het aantal aangesloten jeugdateliers, ontstaat er binnen crefi vanaf 2003 een vernieuwde aandacht voor deze werkvorm. Onder impuls van het huidige diensthoofd worden er verschillende initiatieven opgezet die een nieuwe wind doen waaien. In dit kader wordt er op regelmatige tijdstippen overleg gepleegd met Vivès die, zei het op een andere wijze, betrokken zijn bij deze jeugdwerkvorm.

Ook op het vlak van personeel gaat deze periode niet onopgemerkt voorbij.
Door het niet tijdig ingevuld krijgen van een DAC-plaats verliest crefi in 2000 een voltijdse kracht. Om budgettaire redenen wordt nog een halftijds ambt geschrapt.
In 2003 is er het verlies van de gedetacheerde, wat maakt dat crefi midden 2003 nog met 10Fte werkt i.p.v. 12,5Fte drie jaar voordien.
In 2002 worden de overgebleven DAC’ers geregulariseerd.

5 Crefi vandaag

Zonder pretentie mogen we stellen dat crefi vandaag een bloeiende organisatie is. De laatste drie jaren zien we op de vakanties en cursussen een opvallende stijgende trend. Er waait een nieuwe wind binnen de dienst animatie en jeugdateliers. De financiële problemen waarmee crefi een tijd kampte, zijn achter de rug.
Kortom, crefi ziet de toekomst rooskleurig tegemoet en hoopt nu al stilletjes om vanaf 2007 verder te kunnen groeien.


 

 
KinderrechtencoalitieVlaamse OverheidVlaamse JeugdraadAllemaal andersCrefi-antenne